Passie is het toverwoord. HRM: “Er staat heel wat te gebeuren” De titel heeft geen cynische ondertoon maar is een oprechte waarschuwing naar vakbroeders: “Let op jongen er staat veel te gebeuren”. De schrijver gaat op zoek naar een grote gemene delers in de HRM-wereld die aan de vooravond van grote veranderingen staat. Maar het meest evidente is dat het juist een mensenvak is met maatwerk met weinig universele normen. Er is sprake van “Survival of the fittest” waarbij niet het recht van de sterkste geldt maar de fitste, de best aangepaste aan een nieuwe situatie. “Passendheid is beter dan voortreffelijkheid”. Succes blijkt situationeel en plaatsgebonden. Wat hier werkt kan bij de ander totaal verkeerd uitpakken. De grootste successen zijn menselijke successen, HRM heeft mensen goed getriggerd door persoonlijk maatwerk. HRM blijft voorlopig wel een echt ervaringsvak. De medewerkers slaan zich niet vaak op de borst voor hun prestaties. Die bescheidenheid en diplomatie weerhoudt de medewerkers de successen breed uit te dragen in een organisatie. Transparantie bots ook met de privacy van het personeel. Die soms te timide houding is ook terug te zien in de eigen carrière van een HRM-medewerker. Ze zijn geen goede adviseur voor hun eigen loopbaan. Bij de geïnterviewde managers zie je veel levenservaring en omgang met tegenslag die hun juist zeer geschikt maakt voor hun functie (hoofdstuk 5). Bob de Groot heeft zijn kandidaten zorgvuldig gescout en een mooi veelkleurig palet van de huidige HRM-generaties geschilderd. Hij doet er erg losjes over. De rode kabel door de interviews is het belang van de drie-eenheid “kunnen, willen en mogen”. In hoofdstuk 4 legt De Groot uit dat de competenties (kunnen), motivatie en ambitie (willen) en de context (mogen) essentiële bouwstenen zijn voor succes. Concluderend is WILLEN de sterkste bouwblok. Passie is het toverwoord. Kanttekeningen Het is ongebruikelijk om een uitroepteken achter een titel te zetten. Hierdoor komt de titel te sterk over. Het is niet geheel duidelijk of het gehele slotwoord van de hand van Prof. Dr. Vinke is. Dit blijkt niet uit de index en ook niet overtuigend uit hoofdstuk 1.2 de opbouw van het boek. Ook uit het slotwoord zelf blijkt nergens de overgang van schrijver De Groot naar de Vinke alleen op het einde een ondertekening. Desondanks kan De Groot trots zijn op zijn schrijfprestatie. (Karel Verkerk – bedrijfsjournalist)