Karin de Galan
|
|
Auteur: |
Karin de Galan |
|
Website: |
||
| Twitter: | ||
| LinkedIn: | ||
|
|
|
Interview Karin de Galan
Karin de Galan werkt sinds 1991 als trainer. Ze is gespecialiseerd in het trainen van trainers. Over dit onderwerp heeft ze meerdere boeken geschreven. Ook ontwikkelde ze haar eigen methode om trainingen te ontwerpen en te geven. Onlangs verscheen de tweede editie van haar boek Trainingen Ontwerpen.
Dit is niet de eerste keer dat u schrijft over het ontwerpen van trainingen. In welke zin verschilt dit boek van uw eerdere boeken?
Het is een nóg helderder boek geworden dan de eerste editie van Trainingen Ontwerpen. In mijn eerste boek, Trainen een Praktijkgids, schreef ik vooral vanuit de modellen van anderen, zoals Kolb en Levine, en waren mijn eigen ideeën nog wat hap-snap. Toen ik doorkreeg dat veel trainers het lastig vinden om trainingen te ontwerpen, heb ik uitgeplozen hoe dat werkt. Dat heeft geleid tot de eerste editie van Trainingem Ontwerpen met het ontwerpmodel van de glijbaan en de trap. Dat ontwerpmodel was ik aan het uitdokteren terwijl ik het boek schreef en dat lees je eraan af. Intussen is het model veel helderder geworden, want mijn collega’s en ik hebben er veel mee getraind. Daarmee was het tijd voor een tweede editie van Trainingen Ontwerpen: die is vollediger en nog praktischer dan de eerste editie, met checklisten voor alle ontwerpstappen en een poster met 30 werkvormen.
Gesteld wordt dat uw boek Trainingen Ontwerpen houvast biedt aan zowel ervaren als startende trainers. Heeft iedereen het in zich een goede trainer te kunnen zijn?
Bijna iedereen. Wat je van nature moet hebben, is dat je het leuk vindt om contact te maken met mensen, dat je graag iets wilt overbrengen en dat je redelijk snel van begrip bent. Als je dit in huis hebt, kun je een goede trainer wórden. Of dat ook lukt, hangt vooral af of je ervoor wilt werken. Een fantastische training lijkt voor deelnemers een fluitje van een cent, maar voor een trainer zit er vaak veel tijd in het ontwerp en de voorbereiding. Bedenken wat je de groep precies wilt leren, hoe je aansluit bij hun pijn, met welke oefeningen je de deelnemers naar succes toeleidt… het is echt een vak, een ambacht. Om dat goed te kunnen heb je vlieguren nodig. Ik vind het leuk dat er steeds meer onderzoek is dat bewijst dat je ergens pas goed in wordt als je er heel veel uren in stopt. Dat idee heb ik ook over het trainersvak: het is oefenen, risico’s nemen, leren van je fouten, je successen vieren en dan weer nieuwe doelen stellen. Je bent nooit ‘klaar’ in dit vak en dat maakt het zo boeiend.
Over welke ingrediënten moet een training volgens u beschikken als we spreken over een ‘geslaagde’ training?
De training moet aansluiten bij de praktijk van de deelnemers. Dat betekent dat elk onderdeel begint met voorbeelden uit de praktijk of een herkenbare case. En dat je daarmee ook eindigt: dat je deelnemers laat ervaren hoe ze het geleerde kunnen toepassen in een net-echte situatie. Als deelnemers dat kunnen, hebben ze echt geleerd. Voor een geslaagde training moeten er ook nieuwe theorie of tips aan bod komen: deelnemers moeten eye-openers krijgen die nieuw zijn en die helpen. Maar het moet niet te veel worden: voor een dagdeel training moet de theorie uit te leggen zijn in een monoloog van 15 minuten. Dat lijkt niet veel, maar het echte leren komt pas daarna. Dan moeten deelnemers kauwen op de theorie en ermee oefenen in situaties die stap voor stap lastiger worden.
Tot slot heeft een training een trainer met passie nodig; iemand die gaat voor de groep, die deelnemers verder wil helpen. Dat is een belangrijk ingrediënt! Als je gaat voor de groep, gaat de groep ook voor jou en dat is een voorwaarde voor een geslaagde training.
Wat is volgens u de toekomst op het gebied van coachen/trainen?
Het is altijd lastig om de toekomst te voorspellen, maar ik denk dat het steeds meer zal gaan om de bijdrage die training en coaching leveren aan het functioneren van organisaties. Nu de economische crisis nog langer lijkt te gaan duren, zullen organisaties steeds kritischer gaan kijken naar hun uitgaven. Wat leveren die op? Budgetten voor scholing en opleiding komen onder druk te staan. Levert een training alleen iets op voor de individuele ontwikkeling van werknemers, dan gaat ‘ie niet door. Trainers en coaches moeten mee in die trend: meer dan vroeger zullen we moeten aantonen dat onze producten een directe impact hebben op het bedrijfsresultaat. Dat is niet per definitie slecht, maar het is wel een heel andere benadering dan de gangbare gedachte dat investeren in mensen sowieso goed is, omdat dat ooit wel eens van pas zal komen.
.



