Het boek Trainingen ontwerpen kent inmiddels zijn 2e editie. Volgens auteur Karin de Galan is de kern ten aanzien van de 1e druk onveranderd gebleven, maar is de opbouw duidelijker opgeschreven, de rode lijn beter bewaard en heeft ze een aantal van haar “darlings” gekilled. Door dat te lezen werd ik wel geprikkeld welke darlings dat dan geweest zijn! Eén troost ze belooft een serie dunne boekjes.
Dit boek beschrijft haar recept voor “trainen in de flow”. Het is zeer praktijkgericht en geschikt voor de beginnende trainer en de trainer die het gevoel heeft dat er wel eens meer uit zijn training te halen valt. Vooraan in het boek is een totaaloverzicht, soort mindmap, (van intake tot aan de transfer in de praktijk) op A3 opgenomen. Handig als reminder.
Het boek is verdeeld in 6 delen.
Karin de Galan start met de aansprekende metafoor van de tandarts. “Zeg nou zelf, wanneer kom je eerder in beweging, naar de tandarts gaan omdat je een gebit wilt zonder gaatjes of wakker liggen van de kiespijn.” Haar standpunt is dat je op zoek moet gaan, bij elke training, naar de pijn van elke deelnemer in hun dagelijkse praktijk. Het eerste deel van het boek (80 pagina’s) wordt hieraan besteedt. Het levert een praktisch diagnosemodel op en handvatten en tips om het maximale uit je voorbereiding te halen. Deel 2 vertaalt de geconstateerde behoefte bij de deelnemers naar een programmaopbouw en geeft tips over de volgorde van de onderdelen die je wilt gaan behandelen en keuze uit modellen die je wilt gaan gebruiken.
Deel 3 besteedt aandacht aan het formuleren van de leerdoelen en het maken van checklisten zodat het geleerde beklijft. Immers de trainer moet er voor zorgen dat de deelnemers daadwerkelijk dat leren wat gewenst is.
Karin de Galan hanteert vervolgens haar methode (125 pagina’s) van de glijbaan (deel 5) en de trap (deel 4). Ze past het ontwerpen achterstevoren toe. Daarmee hou je het doel duidelijk voor ogen (daar wil je uiteindelijk uitkomen). Het zorgt ervoor dat je efficiënt en effectief programmeert. Als je haar diagnose model goed hebt gevuld, valt er vrij eenvoudig een kernoefening aansluitend bij de praktijk van de deelnemers te maken. Deel 5 zoomt in op hoe je de pijn bij de deelnemer zo voelbaar krijgt dat hij verleidt wordt actief aan de training mee te doen. Deel 6 vormt de smeerolie om het hele programma soepel te laten verlopen.
Het boek geeft veel voorbeelden om de theorie van het ontwerpen duidelijk te maken. Het past de leerstijlen van Kolb in, geeft daarmee variaties in de vorm van de oefeningen aan. Handige schemaatjes en tekeningen maken het plezierig leesbaar en goed te volgen. Het is praktijkgericht. De DVD is bijgevoegd. Een niet gekilde darling die het leerproces bloot legt!
Cathalijne Elings, trainer