Door: Tineke Veenstra - zelfstandig loopbaancoach We zouden ons als coaches weer bewust moeten worden van de 7 basisregels voor een persoonlijk fundament. Deze 7 regels zijn volgens Cobi Brouwer: - iedereen is bijzonder; - lichaam, denken en voelen zijn onlosmakelijk; - iedereen maakt een eigen wereld en ’de werkelijkheid’ kent niemand; - alles verandert altijd; - verandering van waarneming brengt een andere werkelijkheid; - iedereen ’kent’ iedereen; - liefde is een altijd aanwezige en verbindende energie. Coachen naar eigenheid gaat in op de radicale veranderingen die soms nodig zijn om te komen tot eigenheid. Daarbij is de kerngedachte dat ieder mens een unieke eigenheid, een bijzondere kwaliteit heeft, die door gebrek aan bewustzijn en blokkades niet altijd gekend wordt. Voor velen is het nodig om de focus op de buitenwereld om te zetten naar de binnenwereld; het denken om te zetten naar voelen en ervaren en negatieve gedachten om te zetten in positief denken, voelen en doen. Vanuit de basisregels kan een coach hieraan werken met een cliënt. Gaat het in het eerste deel van het boek om de bodem onder en de focus van gericht veranderen, in het tweede deel worden drie ingangen uitgewerkt om de verandering daadwerkelijk te kunnen faciliteren. Op een heldere manier wordt onze manier van waarnemen, denken en voelen uiteengerafeld. Waarneming en bewustzijn maken ons tot wie we zijn en wie wil veranderen heeft inzicht hierin nodig. De drie ingangen die Brouwer uitwerkt, zijn: - mentale patronen: hoe werkt ons denken en wat maakt dat iemand in zichzelf gespleten raakt; - fysieke- en gedragspatronen: hoe kunnen we het lichaam leren ervaren als feedbacksysteem bij veranderingsprocessen; het gaat om bewustzijn van houding, ademhaling, leefgewoonten, enzovoorts; - energieën en gevoelens: welke brengen ons in balans en geven kracht om eigenheid te vinden? Alle ingangen zijn heel herkenbaar: de gevangenheid in de eigen waarneming; de “imprints” die we ontwikkeld hebben als overlevingsstrategieën en de effecten daarvan; en tenslotte de basisenergieën, waarin de elementen vuur, lucht, water en aarde op een verrassende manier aan de orde komen. Het boek zou niet compleet zijn zonder deel drie, met daarin een groot scala aan oefeningen die de coach in kan zetten om de cliënt te coachen naar eigenheid. Veel van de oefeningen komen uit de hoek van de NLP. Verder is het hele boek gelardeerd met voorbeelden, en lezen we gelukkig niet alleen de succesverhalen. Het boek nodigde mij spontaan uit tot ’meedoen’ met de oefeningen, want ook voor mij als coach is het belangrijk om me bewust te blijven van mijn eigenheid. Wat het boek verder zo waardevol maakt is dat het een vooral zeer liefdevol geschreven boek is, waarin naar mijn idee de essentie beschreven is van wat het coachingwerk inhoudt. Het is door het hele boek te ’voelen’ dat Cobi vanuit deze regels leeft en schrijft. En hoewel het misschien nooit te zeggen is dat een boek volledig is, vind ik dit toch een afgerond geheel en bevat het boek de absolute basiskennis voor iedereen die werkt aan het tot bloei brengen van mensen. Door: Marianne Reijnders - supervisor en schrijfcoach De kerngedachte van het boek is dat ieder mens een bijzonderheid heeft, een talent. Het is niet vanzelfsprekend dat mensen hun eigen talent kennen en gebruiken. Mensen zijn in hun leven vaak gericht op externe waarden. Succes hebben en beroemd zijn, is in onze maatschappij belangrijk. Ook als dit ten koste gaat levensvreugde. Coachen naar talent betekent dat je mensen helpt om hun levensvreugde terug te krijgen, door ze te helpen hun talent te ontdekken en te ontwikkelen. Interne gerichtheid en zelfreferentie komen hierbij in plaats van externe gerichtheid en streven naar succes. Om dit te kunnen is een verandering nodig, namelijk leren om de werkelijkheid te ervaren in plaats van mentaal te duiden. Hiervoor is het nodig om de mentale gerichtheid te vervangen door een meer zintuiglijke waarneming en ontwikkeling van het inzicht dat alles dat wordt gedacht is aangeleerd en dat met denken een eigen werkelijkheid wordt gecreëerd die net zo goed heel anders zou kunnen zijn. Een ondersteunende vraag is: ’Wat heb ik nodig en hoe kan ik dat aan mezelf geven?’ Een coach moet over een aantal capaciteiten beschikken om te kunnen ’coachen naar eigenheid’: inzicht in de manier waarop mensen zich ontwikkelen, vaardigheden om veranderingen te begeleiden en volledige acceptatie van de ander. Over acceptatie zegt Coby Brouwer: “Wat echt helpen kan is de liefde voor de ander: Je verplaatst, je verdiept, vindt niets vreemd, schrikt nergens van en maakt gewoon de zoektocht hoe iemand anders zich weer met zichzelf en haar bijzonderheid kan verbinden.” Wat mij vooral aansprak in het boek waren de drie ingangen die Coby onderscheidt voor interventies: fysiek, de directe waarneming en mentaal. Uit mijn eigen coachingervaring weet ik dat het effectiever is om hulpverleners te leren hoe ze stevig staan en stevigheid uitstralen als ze bang zijn voor agressieve cliënten, dan om lang over hun angsten te praten. Coby geeft voor ieder van de drie ingangen achtergronden en oefeningen. Als coach kun je het boekje op verschillende manieren lezen en gebruiken. Als methode en zijnswijze: dan ga je mee in de uitgangspunten en de gedachtegang. Dat gaat voor mij op sommige punten te ver zoals – op pagina 95 - de opvatting dat je aan een fysieke houding heel veel kunt aflezen, bijvoorbeeld dat een kromme rug vertelt dat iemand in zichzelf is teruggetrokken en er niet voor gaat. Je kunt het boekje ook gebruiken als toevoeging van inzichten en vaardigheden aan je repertoire, dan haal je eruit wat je op een bepaalt moment kunt gebruiken. Het boekje biedt voor ieder coach wel iets en dat maakt het de moeite waard om te lezen.