Prijs: € 25,50
Uitgever: Van Gorcum
Auteurs: Dieuwke Begemann
Uitvoering: Ingenaaid
Omvang: 132
ISBN/Code: 9789023244301
Sommige ingrijpende veranderingen, zoals de komst van de informatietechnologie, lijken zonder sturing tot stand te komen. Ze ontstaan op natuurlijke wijze. Andere veranderingen lijken we maar niet teweeg te kunnen brengen hoeveel moeite we ook doen. Hoe komt dat en wat kunnen we leren van natuurlijke veranderprocessen? In ’Natuurlijk veranderen’ laat Dieuwke Begemann zien dat elk open systeem op een natuurlijke manier kan veranderen. Dit natuurlijk veranderproces gaat niet uit van de problemen, maar maakt gebruik van de kracht die in elk open systeem aanwezig is. Op een heldere en inspirerende manier legt de auteur uit hoe we deze kracht kunnen versterken en herstellen. Met behulp van theorieën uit de neurobiologie, chaostheorie, systeemtheorie en psychologie legt Begemann uit welke zelforganiserende principes verantwoordelijk zijn voor de vitaliteit en kracht van een systeem. Vervolgens behandelt zij methoden en technieken waarmee deze principes versterkt kunnen worden. Het biedt organisatieadviseurs, verandermanagers, coaches en beleidsmakers een nieuw perspectief op de oplossing van complexe problemen in een tijd die meer dan ooit om inzicht in veranderprocessen vraagt. Drs. Dieuwke Begemann heeft zich beziggehouden met veranderingen op het terrein van internationale conflicten, harmonisatie van overheidsbeleid, organisatie en persoonlijke ontwikkeling. Juist deze brede ervaring heeft haar ontvankelijk gemaakt voor de manier waarop veranderingen spontaan tot stand komen. Het zijn veranderingen die vaak effectiever zijn dan de veranderingen die gepland worden.
Er zijn nog geen beoordelingen geplaatst
Natuurlijk veranderen… Ruimte creëren zodat verandering zich uit zichzelf, op natuurlijke wijze voltrekt… Weten met welke principes je rekening moet houden om veranderruimte te creëren… Klinkt dit niet aantrekkelijk? Dit is het thema van het boek Natuurlijk veranderen van Dieuwke Begeman. Het resultaat van haar persoonlijke speurtocht in de literatuur en in haar eigen praktijkervaring met veranderingsprocessen. Een persoonlijk en eigenzinnig boek wat verrassend nieuwe verbindingen legt tussen bestaande inzichten en wat betekenis krijgt door de wijze waarop de auteur hier concrete voorbeelden aan weet te koppelen en hier een eigen set handelingsvoorschriften uit weet te puren. Zonder de bijlagen, exact 100 boeiende pagina’s. Alhoewel niet altijd even eenvoudige materie, zeker de moeite waard om te lezen. Vooral het meer theoretische eerste deel is een aanrader voor al wie niet allergisch reageert op systeemjargon. Het meer praktische tweede deel lijkt geschreven te zijn onder tijdsdruk en kon op een meer heldere manier uitgewerkt worden. In deel één presenteert Dieuwke Begeman ons een theorie over natuurlijke veranderingen. Dit zijn veranderingen die in onze ogen spontaan plaats vinden: de ontwikkeling van het bewustzijn van een kind, de wijze waarop buurten uitgroeien tot steden, … Om dit soort fenomenen te benoemen, benadrukt ze dat ze de term ‘natuurlijke verandering’ verkiest boven ‘zelforganisatie’. Dit heeft teveel de connotatie ‘verandering zonder sturing’ meegekregen en roept volgens haar ten onrechte de gedachte op dat vrijheid (van sturing) de stuwende kracht zou zijn waaruit spontane veranderingen ontstaat. Daarna gaat ze zelf op zoek naar de krachten die natuurlijke veranderingen veroorzaken. Hiervoor put ze volop uit de cybernetica. Voor haar gronden natuurlijke veranderingen zich helemaal in de 4 basale vermogens of levensfuncties die elk open systeem rijk is. Het ‘autopoietisch vermogen’ streeft naar autonomie en leidt tot verandering van binnen uit. Dit vermogen zorgt dat het systeem een eigen identiteit ontwikkelt en in stand houdt. Het ‘adaptief vermogen’ streeft naar verbinding en leidt tot verandering van buitenaf. Dit vermogen zorgt dat het systeem signalen uit de veranderende omgeving binnen krijgt en zich hier zo nodig aan aanpast. Deze twee eerste systeemvermogens zijn als communicerende vaten: versterkt het ene, dan verzwakt het andere. Markant aan levenskrachtige systemen is dat het autopoietisch en het adaptief vermogen er aan mekaar gewaagd zijn. Verder zijn er nog twee vermogens die in werking treden wanneer het systeem onder zodanig grote druk komt te staan dat kleine veranderingen in het systeem niet meer volstaan en er een wijziging van het systeem zelf nodig is om hier mee om te gaan. Is het systeem voldoende levenskrachtig, dan zorgt het trancendenteel vermogen ervoor dat het systeem een groeisprong maakt en zich reorganiseert tot een fundamenteel nieuw en meer complex systeem. Is het systeem onvoldoende levenskrachtig, dan zorgt het vermogen tot dissolutie ervoor dat het uiteen valt in zijn samenstellende onderdelen zodat deze delen een eigen leven gaan leiden op zichzelf. Vervolgens neemt de auteur deze vier systeemvermogens als grondslag om principes naar voor te schuiven over de wijze waarop natuurlijke verandering gestimuleerd kan worden. In plaats van zelf rechtstreeks de dingen te willen veranderen (‘planned change’) werkt het eleganter om een veranderruimte te creëren waarin natuurlijke verandering uit zichzelf gedijt. Dit doe je door de verschillende systeemvermogens te faciliteren. Het autopoietisch vermogen kan op diverse wijzen versterkt worden. Bevorder ‘variëteit’ en selecteer na een periode van trial and error die aspecten die best blijken te werken. Verhelder en deel die ‘waarden’ die belangrijk zijn voor het systeem om betekenis en richting te geven aan gedachten en acties. Stimuleer ‘re-entry’: zorg dat informatie op zeer verschillende manieren en op zeer verschillende plekken binnen komt en lokaal getoetst wordt aan de gedeelde set waarden om zo snel, decentraal en flexibel tot interpretaties en handelingskeuzes te komen. Ook het adaptief vermogen kun je gericht versterken. Zorg dat het systeem een voortdurende stroom van ‘informatie en feedback’ betrekt uit de omgeving. Vanuit het principe ‘variety matches variety’ zal het systeem er spontaan naar streven dat de interne variëteit overeen komt met de variëteit in de omgeving. Stimuleer ‘gene trading’: de vlotte, onderlinge uitwisseling van nieuwe inzichten en vaardigheden. Bevorder ook de mogelijkheid om nieuwe ‘symbiotische arrangementen’ aan te gaan: verregaande win-win-relaties met partners. De hefboom bij uitstek om het vermogen tot transcendentie te mobiliseren bestaat er in om zo nodig de ‘druk’ op het systeem op te voeren zodat het transformeert naar een nieuw, meer complex en gedifferentieerd systeem. Voortbouwend op het voorgaande geeft Dieuwke Begeman vier richtingaanwijzers mee die ons helpen om te voorspellen welke richting natuurlijke verandering spontaan zal uitgaan. Is het evenwicht tussen het autopoietisch en het adaptief vermogen verstoord, dan zal het systeem steeds spontaan de balans trachten te herstellen. Ook als het evenwicht tussen de variëteit in de omgeving en deze in het systeem verstoord is, zal het systeem steeds zoeken naar evenwichtsherstel. Transformeren systemen, dan zal dit steeds integraal dienen te verlopen en in de richting van toenemende complexiteit. Dit laatste onderbouwt de auteur met het vierkwadrantenmodel van Wilber en het ‘spiral dynamics model’ van Beck & Cowan. In deel twee toont Dieuwke Begeman een aantal toepassingsmogelijkheden van haar theorie van natuurlijke veranderingen. Ze laat zien hoe deze benut kan worden om tot een nieuwe kijk te komen op evoluties in individuele hulpverlening, in organisaties en in de Nederlandse samenleving. Vervolgens richt ze de focus op het begeleiden van natuurlijke verandering in organisaties. Ze geeft aan in welke situaties dit van tel is en besluit ten slotte met een beschrijving van een gefaseerde aanpak om het autopoietisch, het adaptief en het transcendenteel vermogen van organisaties te versterken. Daarna volgen nog een dertigtal pagina’s bijlage. (Pol Staut – trainer, opleider, consultant)