Het boek is ingedeeld in twee delen. Deel I ligt de nadruk op de noodzaak correct te leren waarnemen, daarmee samenhangend nieuw gedrag te ontplooien en het bewustzijn te vergroten en te oefenen om aan de waanzin van de geconditioneerde mensheid te ontkomen en die waanzin te helpen doorbreken. Want het is, volgens de schrijfster, duidelijk geworden dat we daar zonder correctie in onze waarnemingen niet toe in staat zijn geweest en zijn blijven hangen in ons verleden. Deel II van het boek biedt oefeningen die voortvloeien uit hetgeen in Deel I is gezegd.
Het boek nodigt je uit een sprong te maken in bewustzijn en naar een onderling, innerlijk verbonden zijn. De schrijfster heeft het geloof in een betere wereld met een toename van bewustzijn. Wij zijn een overgangsgeneratie.
In het boek wordt vaak Jezus en het geloof aangehaald en in voorbeelden genoemd. Dat moet wel bij je passen. Ik vind dat een dusdanig belangrijk gegeven dat ik het jammer vind dat dat niet in de beschrijving op de achterkaft is weergegeven. De conclusie van Deel I is geschreven aan de hand van het Onzevader.
Deel I is een brei aan “wollige” taal. Dat komt ook wel door het onderwerp, dat is ook niet in korte, heldere bewoordingen duidelijk te krijgen. Er moet namelijk een gevoel, een inzicht, overgebracht worden. Dat maakt wel dat het lezen af en toe wat moeizaam gaat. Meerdere keren komt het zoeken naar je Goddelijke zelf terug. Steeds vanuit een iets andere invalshoek. Dat lijkt op meer van hetzelfde. Overigens kan ik mij voorstellen dat dit bewust is gedaan om een ingang te vinden bij de lezer om het duidelijk te krijgen.
De oefeningen in Deel II gaan o.a. over het binnengaan van je innerlijke stilte, het stoppen met oordelen, het hebben van nobele intenties en aanwezig zijn. Deze oefeningen maken het “wollige” van Deel I voor een groot deel goed. Ze zijn duidelijk, helder en eenvoudig uitgelegd en daarmee goed uit te voeren. De oefeningen volgen elkaar op. Daar wil ik mee zeggen dat de volgende oefening vaak een uitgebreider karakter heeft of andere insteek vraagt dan de voorgaande oefening. Dat geeft een heldere opbouw binnen de oefeningen.
Carolien van Mourik