Leren van innoveren

<< Terug naar het overzicht

Prijs: 55,95
Uitgever: Van Gorcum
Auteurs: Wietske Miedema, Martin Stam
Uitvoering: Paperback
Omvang: 445
ISBN/Code: 9789023244752

De kwaliteit van onderwijs is van groot maatschappelijk belang. Onderwijs­ontwikkeling kan niet alleen aan politici en bestuurders worden overgelaten. De betrokkenheid van docenten is het fundament van iedere geslaagde ­onderwijsinnovatie. In de studie ’Leren van Innoveren’ gaan Wietske Miedema en Martin Stam in op de vraag hoe docenten zelf vorm kunnen geven aan onderwijsinnovaties binnen hun school. Op basis van vier uitgebreide gevalstudies in vmbo en hbo, laten ze de hindernissen en successen zien. Er blijkt een nauw verband te bestaan ­tussen het leren van individuele docenten, het leren van de teams waarmee zij de onderwijsvernieuwing uitvoeren en het leren van de organisatie. In een ­geslaagde onderwijsinnovatie is er aandacht voor alle drie de niveaus. ’Leren van Innoveren’ is interessant voor ieder die in wetenschap en onderwijs betrokken is bij onderwijsvernieuwingen en belangstelling heeft voor het leren van docenten.

Er zijn nog geen beoordelingen geplaatst

Leren van innoveren is een omvangrijk proefschrift van twee auteurs (duo-dissertatie). Het innoveren uit de titel betreft innovaties in het onderwijs op scholen van het vmbo en het hbo. Alom bekend is dat de laatste decennia tal van grootschalige onderwijsveranderingen top-down werden doorgevoerd: de ene was nog niet voorbij of de andere diende zich al aan. In dezelfde tijd greep schaalvergroting in het onderwijs om zich heen, waardoor docenten vaak het idee kregen dat de veranderingen ’over hun hoofden heen’ tot stand kwamen. Volgens Miedema en Stam, beiden werkzaam als opleider (onder meer) binnen de Hogeschool van Amsterdam, kenmerkt de onderwijsvernieuwing zich momenteel door het streven naar combinatie van een top-down en een bottom-up benadering. Vooral in het beroepsonderwijs vinden lokale onderwijsvernieuwingen plaats waaruit nieuw elan voortkomt. Dit stimuleerde de auteurs tot een onderzoek naar vernieuwingen die niet zozeer door overheid of schoolbesturen werden ingezet, maar vooral ook door docenten. Hun onderzoeksvraag luidde: Wat en hoe leren de docenten van het innoveren van het eigen onderwijs? Deelvragen waren: welke spanningen en tegenstellingen leidden tot de onderwijsvernieuwing? Welke nieuwe spanningen en tegenstellingen riep ze op? Wat zijn de condities voor het oplossen van deze spanningen en tegenstellingen? Met welke grenservaringen en emoties gaat het leren gepaard? Welke competenties ontwikkelen de verschillende docenten? In relatie tot de onderzoeksvraag voerden Miedema en Stam meervoudige gevalsstudies uit bij twee vmbo-scholen (een afdeling Techniek en een afdeling Handel en Administratie) en twee binnen het hbo (een opleiding Fysiotherapie en een Lerarenopleiding). Gedurende een periode van twee jaar zijn interviews gehouden met docenten, studenten/leerlingen, schoolleiders/managers en andere betrokkenen. Per school wordt hiervan concreet en uitgebreid verslag gedaan. Ten slotte worden de onderzoeksconclusies voorgelegd in drie paragrafen, die ingaan op 1) wat docenten individueel leren van het innoveren van het eigen onderwijs, 2) wat ze er collectief van leren (de mate van samenwerking in de zogenoemde Community of Practice heeft ook grote betekenis voor het individuele leren), 3) de voorwaarden voor individueel en collectief leren. De laatste behelzen onder meer dat docenten de behoefte om te vernieuwen moeten onderschrijven (bijvoorbeeld omdat het onderwijs niet meer aansluit op de praktijk), het management zich moet realiseren dat consensus over het beroepsbeeld van een beroepsopleiding niet vanzelfsprekend is en aandacht verdient, docenten en schoolleiding samen een balans moeten vinden tussen top-down kaders en bottom-up initiatieven. Uiteraard is dit slechts een greep. Vraag is of het boek van Miedema en Stam interessant is voor coaches van onderwijsvernieuwing met een bottom-up karakter. Het antwoord is ja en nee. Het thema en de aangesneden problematiek zijn zeer relevant, maar omdat het hier gaat om een proefschrift is veel ruimte besteed aan keuze en verantwoording van het onderzoeksdesign, achterliggende theorieën et cetera. De terminologie van de gekozen theorieën wordt in de tekst vastgehouden, wat het lezen niet zelden bemoeilijkt, hoewel (dat mag gezegd worden!) de taalverzorging uitstekend is, Maar een proefschrift is nu eenmaal niet gericht op gebruiksgemak voor lezers met beroepsmatige interesse. Samenvatting van de conclusies in een artikel zou voor hen zeker interessant kunnen zijn. Tenzij ze tevens uitgebreide wetenschappelijke interesse hebben: dan kunnen ze een kluif hebben aan deze plusminus vijfhonderd pagina’s. Nel Jagt, supervisor en docent

Aanmelden nieuwsbrief

Voor-/achternaam
E-mailadres *